Op dinsdag 29 november vond een werkbijeenkomst plaats over het toekomstig economisch profiel van Noordoost Fryslân. Noordoost Fryslân is één van de zes regio’s die door het Ministerie van BZK, VNG en IPO is gekozen als proeftuin voor het toepassen van de aanbevelingen uit het rapport ‘Maak Verschil’. Doel is in Noordoost Fryslân onder meer te komen tot een scherpe analyse van het economisch profiel van de regio. Vervolgens wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld, waaraan uitvoering wordt gegeven door overheden, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen in de regio.

Veel enthousiaste aanwezigen

Zo’n 50 ondernemers, onderwijsinstellingen en bestuurders waren aanwezig om mee te denken over de toekomstige economische structuur van Noordoost Fryslân en daarbij ook aan te geven wat hun eigen rol kan zijn. Plaats van handeling was de karakteristieke voormalige boerderij De Pleats in Burgum.

De aanwezigen werden onder de deskundige leiding van Meije Gildemacher door de avond heen geloodst. Burgemeester Marga Waanders van Dongeradeel hield een korte inleiding over de regionale samenwerking vanuit de Agenda Netwerk Noordoost en de koppeling met de proeftuin ‘Maak Verschil’.

toespraak

Noordoost Fryslân een regio met kansen, maar het gaat niet vanzelf

Jaap Oostdijk van Public Result gaf een beeld van de regio op basis van uitgevoerd onderzoek:

Noordoost Fryslân kenmerkt zich door een groot aandeel stuwende sectoren: agrifood, metaalindustrie, overige (maak-)industrie, bouw en toerisme & recreatie. Veel bedrijven leveren kwalitatief hoogwaardig werk en productie, waarbij het soms om een wereldwijde export gaat. Het is een regio van makers en doeners, en van werknemers met een hoog arbeidsethos. Het is een innovatieve regio, maar er wordt vaak weinig bekendheid aan gegeven. Ondernemers zijn vaak eigengereid, maar soms ook wat teruggetrokken ‘op hun eigen terp’.

Het huidige bruto regionale product (BRP) kan worden geraamd op zo’n € 2,3 miljard. Als de regio haar kansen grijpt zou dit in 2025 maximaal met zo’n € 400 mln kunnen groeien, waarbij de omvang van de werkgelegenheid ongeveer op het huidige niveau blijft. Dat verschilt per sector: in sommige sectoren krimpt de werkgelegenheid omdat de arbeidsproductiviteit sneller stijgt dan de toegevoegde waarde (agrifood en overige maakindustrie), in andere sectoren groeit de werkgelegenheid (bouw en toerisme). De grootste uitdaging is echter om vervanging te zoeken voor de bijna 1.300 werknemers die naar verwachting door de vergrijzing (netto) zullen uitreden.

Wil de regio haar ambities waar kunnen maken, dan zal vooral moeten worden ingezet op versterking van de innovatiekracht, het verbinden van sectoren en cross-overs, regiobranding, acquisitie, verbinden van onderwijs en arbeidsmarkt en het versterken van de samenwerking tussen de 3 o’s (ondernemers, onderwijs en overheid).

Herkenning in de zaal: en er wordt ook al hard aan gewerkt!

Meije Gildemacher vraagt Duco Hacquebord (Noord Nederlandse Draadindustrie) en Rianne Vos (Kenniswerkplaats Noordoost Friesland) om een reactie op de presentatie. Hacquebord ziet de problemen op de arbeidsmarkt op dit moment nog niet, maar in de toekomst kan dit best eens veranderen. Mensen werken in zijn bedrijf en in de regio met plezier, de bedrijfscultuur en sfeer zijn goed. Wel zie je bij oudere werknemers dat ze er al lange tijd werken en dat er misschien meer uit te halen is. Uitwisseling van kennis, ervaring en personeel met andere bedrijven is dan interessant. Rianne Vos geeft aan dat de partijen in (Noordoost) Fryslân hard trekken aan de aansluiting tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt. Zo wordt al samengewerkt met Friese Poort, NHL, Stenden en het bedrijfsleven, onder andere via de Kenniswerkplaats NOF. Dit kan natuurlijk nog beter en zij roept ondernemers dan ook op met concrete vragen te komen:  de deur staat open. Vervolgens is er nog ruimte voor reacties en vragen van de aanwezigen en hieruit blijkt dat het regionaal profiel, de groeipotentie en de uitdagingen uit de eerdere worden herkend. Ook omarmt een belangrijk deel van de deelnemers de ambitie en worden her en der nog kanttekeningen gezet en nuances aangebracht.

Na de soep met broodjes gaan de deelnemers aan de slag in vier parallelle sessies, waarna een terugkoppeling plaatsvindt.

Werksessie 1: Onderwijs en arbeidsmarkt. Het vakmanschap moet terug

De deelnemers zien het vakmanschap teruglopen, er zijn teveel managers. Dat geldt voor lager geschoolden (de oude LTS zou terug moeten komen, MBO niveau 1-2 zou zich weer meer op vakmanschap moeten richten), maar ook voor hoger geschoolden (meer HBO-ers in met name het MKB). Gezien de vergrijzing gaat het ook om een leven lang leren. Techniek moet al in een vroeg stadium in het onderwijs worden opgenomen, ook bouw en techniek moeten meer worden geïntegreerd. Het 3D project van de Gouden Driehoek maakt het mogelijk in een vroegtijdig stadium kennis te maken met de techniek. Door stages kan een vroegtijdige binding met het bedrijfsleven worden bereikt. Vooral in het MKB is een goede afstemming van onderwijs en arbeidsmarkt nodig. Het imago van het MKB moet daarbij omhoog. De samenwerking binnen het MKB komt overigens al steeds meer op gang. Er ligt een belangrijke opgave voor de 3 o’s (ondernemers, onderwijs en overheid): de samenwerking kan beter.

Werksessie 2: Arbeidsmobiliteit. Meer flexibiliteit is nodig

De huidige arbeidsmarkt vraagt om minder specialisatie en het het meer multifunctioneel kunnen inzetten van werknemers. De uitdaging is om mensen te motiveren om nieuwe skills aan te leren, ook de oudere werknemers. Er zijn prestatieregelingen nodig en competitie moet worden gestimuleerd. Er moet ook meer uitwisseling tussen bedrijven komen (bedrijven moeten elkaar beter leren kennen) en het stimuleren van de roulatie van werknemers is nodig. Het stelt uiteraard eisen aan HRM binnen bedrijven maar ook op regionaal niveau. Ook kan worden gedacht aan een arbeidspool, waar bedrijven met vergelijkbare productieprocessen uit kunnen putten bij een grote order. Stages bieden daarbij kansen in de sfeer van talentscouting. Om mensen vast te houden en aan te trekken is een imagoverbetering van de regio en het werk nodig. Verder kan worden gedacht aan het oprichten van een metaal-/bouwcampus met doorlopende leerlijnen. Samenvattend gaat het om 3 stappen: 1)  elkaar leren kennen en vertrouwen, 2) het zoeken naar gemeenschappelijke drijfveren (met als resultaat ondersteunende diensten, gezamenlijke arbeidsmarktpools en opleidingsvragen) en 3) het uitbouwen van kennisinstituten (KEI). Uitdaging daarbij is ook aan werknemers duidelijk maken waarom dit aantrekkelijk voor hen is.

Werksessie 3: Branding en acquisitie. Meer zelfbewustzijn uitstralen

De regio zou haar bescheidenheid moeten doorbreken: grutsk wêze op het gebied. Er is immers als het gaat om de economische sectoren en arbeidsmarkt veel kwaliteit aanwezig. Er zou vooral geacteerd moeten worden op de nu al aanwezig sterke sectoren die de al aanwezige innovatie uitstralen. Hierbij hoort ook het werken met rolmodellen en ambassadeurs (bedrijven en ondernemers), waarbij niet alleen wordt gekeken naar de directeuren van bedrijven, maar ook naar jonge mensen die in de regio werken en daar een positief verhaal over kunnen vertellen. De regio is daarbij onderdeel van het grotere geheel van Fryslân. We zouden meer als toerist naar ons eigen gebied moeten kijken. Het op de kaart zetten van de regio vraagt om gezamenlijk investeren door ondernemers en overheid met inspraak van de ondernemers.

Werksessie 4: Innovatie en ondernemerschap. Spanningsveld innovatie en concurrentie

Er is op kleine schaal innovatie, maar die wordt niet met elkaar gedeeld. Belangrijkste oorzaak is de competitieve omgeving, mede door Europese aanbestedingen. Behoefte en noodzaak om meer te delen zijn aanwezig, maar dan vooral door samenwerking binnen een keten van niet competitieve bedrijven (bijvoorbeeld duurzaam bouwen). Daarnaast ook door cross-overs (bijvoorbeeld 3D printing en robotisering, metaaltoepassingen in de bouw). Binnen de keten kennen de bedrijven elkaar wel, maar keten-/sectoroverstijgend nog onvoldoende. We hebben een collectief ambitieniveau nodig, maar wie formuleert dat? Aanknopingspunt zou ‘duurzaam bouwen’ kunnen zijn, maar de gemeenten in de regio leggen zelf de lat te laag. De bouw kan een belangrijk innovatiecluster worden: het is een exportproduct van NOF! Een andere ingang naar meer samenwerking en uitwisseling van kennis kan zijn een gezamenlijk personeelsbeleid (krapte op de arbeidsmarkt als het gaat om gekwalificeerde werknemers). We houden onvoldoende hbo-ers vast en kunnen niet aan voldoende ict-ers komen. Er is een intermediair nodig om dat te regelen. Het bedrijfsleven zou een eigen ICT Academy kunnen beginnen. Ook is aansluiting bij het Innovatiecluster Drachten wenselijk: accent op goed opgeleid personeel. Tot slot: in een krimpregio moet je roeien met de riemen die je hebt. Misschien is dit een punt waarmee NOF kan excelleren en een voorbeeld kan zijn voor andere regio’s.

Hoe nu verder?

De bijeenkomst heeft waardevolle informatie opgeleverd! Dit moet leiden tot het economisch profiel van de regio en een uitvoeringsprogramma dat door ons overheden, onderwijs en ondernemers gezamenlijk gedragen wordt. In de komende week wordt contact met aanwezigen opgenomen over de verdere invulling van het economisch profiel en het gezamenlijk uitvoeringsprogramma. De bijeenkomst levert hiervoor goede aanknopingspunten. In de uitwerking gaat het om vragen als: wat is het doel van de voor te nemen acties, welke partij trekt deze acties, welke andere partijen zijn daar voor nodig, welke capaciteit en middelen zijn daar voor nodig en wie gaan de middelen en capaciteit leveren?

In het decembernummer van Ondernemend Noordoost Fryslân wordt de bijeenkomst van 29 november ook omschreven. Klik hier voor de online versie van het tijdschrift.